Piloot woont volgens Hof Amsterdam in het VK: duurzame banden geven de doorslag

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 21 april 2026 een belangrijke uitspraak gedaan over de fiscale woonplaats van een Nederlandse piloot die jarenlang werkte vanuit het Verenigd Koninkrijk. Hoewel hij in Nederland stond ingeschreven en regelmatig bij zijn ouders verbleef, oordeelde het Hof dat hij voor het belastingjaar 2018 fiscaal inwoner van het VK was.

Deze uitspraak is relevant voor expats, grenswerkers en luchtvaartpersoneel die in meerdere landen banden onderhouden.

Duurzame banden met twee landen – maar waar woonde hij écht?

De piloot werkte in 2018 voor een Maltese luchtvaartmaatschappij en was gestationeerd op een Britse luchthaven. Hij:

  • had een huurwoning in het VK,
  • woonde daar samen met zijn vriendin (stewardess),
  • verbleef meer dagen in het VK dan in Nederland,
  • en voerde zijn werkzaamheden structureel vanuit het VK uit.

Tegelijkertijd had hij sterke Nederlandse aanknopingspunten:

  • BRP‑inschrijving,
  • Nederlandse zorgverzekering,
  • een auto met NL‑kenteken,
  • frequente bezoeken aan zijn ouders,
  • overnachtingen in zijn oude slaapkamer,
  • en regelmatige pin‑ en horecabetalingen in Nederland.

De Belastingdienst vond dit voldoende om hem als binnenlands belastingplichtige aan te merken.
Het Hof dacht daar anders over.

Statutory Residence Test: VK‑wetgeving is leidend

De kern van de zaak lag in de Statutory Residence Test (SRT), het Britse wettelijke kader voor fiscale woonplaats. De piloot kon aantonen dat hij:

  • een duurzame woonruimte in het VK had,
  • daar een relatie en sociaal leven had,
  • er substantieel verbleef (120 dagen in kalenderjaar 2018; 163 dagen in het Britse belastingjaar 2018/2019),
  • en zijn werk vanuit het VK verrichtte.

Het Hof concludeerde dat hij op basis van de SRT aan Britse inkomstenbelasting was onderworpen.

Tiebreaker van het belastingverdrag beslist

Omdat de piloot zowel in Nederland als in het VK duurzame persoonlijke banden had, moest de tiebreaker van het belastingverdrag Nederland–VK worden toegepast. Daarbij wordt gekeken naar:

  • waar iemand een duurzaam tehuis heeft,
  • waar het centrum van zijn levensbelangen ligt,
  • en waar hij gewoonlijk verblijft.

Het Hof oordeelde dat:

  • de woning in het VK een duurzaam tehuis vormde,
  • het verblijf bij zijn ouders in Nederland geen duurzaam tehuis was,
  • en dat zijn feitelijke woon- en leefsituatie in het VK zwaarder woog dan de formele banden met Nederland.

Met andere woorden: slapen op de zolderkamer bij je ouders maakt je nog geen fiscaal inwoner van Nederland. Het kan wchter wel meewegen!

Gevolg: Nederland mag het loon niet belasten

Omdat de piloot voor het belastingverdrag inwoner van het VK is, heeft Nederland geen heffingsrecht over zijn buitenlandse loon. De aanslag werd daarom verlaagd.

Waarom deze uitspraak relevant is

Deze zaak bevestigt dat:

  • een BRP‑inschrijving niet doorslaggevend is,
  • regelmatig bij ouders verblijven niet automatisch tot fiscale woonplaats leidt,
  • duurzame banden in meerdere landen mogelijk zijn,
  • maar het feitelijke woon- en leefpatroon uiteindelijk bepalend is,
  • en dat de Britse Statutory Residence Test een belangrijke rol speelt bij internationaal mobiel personeel.

Voor piloten, expats en grenswerkers is dit een waardevolle reminder dat woonplaats niet op papier maar in de praktijk wordt vastgesteld.

Call to action

Wil je weten hoe jouw internationale situatie fiscaal wordt beoordeeld?
Heb je te maken met meerdere woonlanden, buitenlandse werkgevers of complexe mobiliteit?

Neem contact op voor een helder, praktisch en persoonlijk advies.
Samen zorgen we dat je fiscale positie klopt – in Nederland én daarbuiten.