Liechtensteinse Anstalten géén APV – Belangrijke uitspraak over box 3 en partiële omkering bewijslast

Liechtensteinse bergen – APV uitspraak Rechtbank Noord-Holland

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 19 maart 2026 een opvallende en voor de praktijk belangrijke uitspraak gedaan over de fiscale behandeling van Liechtensteinse Anstalten met Nederlands vastgoed. De rechtbank oordeelt dat deze structuren niet kwalificeren als een Afgezonderd Particulier Vermogen (APV). Daarnaast past de rechtbank slechts partiële omkering van de bewijslast toe, en alleen voor het onderdeel monumentenaftrek.

Deze uitspraak biedt waardevolle duidelijkheid voor belastingplichtigen die werken met buitenlandse doelvermogens en vastgoedstructuren.Onze diensten

Anstalten géén APV: oprichtersrechten vergelijkbaar met aandelen

Centraal stond de vraag of twee Liechtensteinse Anstalten – beide eigenaar van Nederlands vastgoed – onder het APV‑regime vallen. De inspecteur stelde van wel, met als gevolg toerekening van het volledige vermogen aan de erflater in box 3.

De rechtbank volgt dit niet. Volgens de rechtbank heeft de erflater oprichtersrechten verkregen die:

  • verregaande zeggenschap geven (benoemen bestuurders, wijzigen statuten, aanwijzen begunstigden);
  • de volledige economische aanspraken vertegenwoordigen;
  • vergelijkbaar zijn met aandelen of winstbewijzen.

Daarmee is de tenzij‑clausule van artikel 2.14a Wet IB 2001 van toepassing.

Gevolg:
➡️ De Anstalten zijn géén APV.
➡️ Het vastgoed wordt niet aan de erflater toegerekend in box 3.

Dit oordeel is van groot belang voor internationale structuren waarin oprichtersrechten of vergelijkbare zeggenschapsrechten worden gebruikt.

Partiële omkering van de bewijslast: alleen voor monumentenaftrek

De inspecteur stelde dat de aangiften onjuist waren en dat daarom volledige omkering en verzwaring van de bewijslast moest gelden. De rechtbank maakt hier korte metten mee.

Niet aanvinken trustvraag: onvoldoende gewicht

Het niet beantwoorden van de trustvraag op het aangiftebiljet is volgens de rechtbank niet zwaar genoeg om omkering te rechtvaardigen, omdat:

  • de inspecteur middels beantwoording van vragen door de inspecteur, reeds  volledig op de hoogte was van de Anstalten;
  • het vermogen in 2017 zelfs vrijwillig was toegerekend;
  • het niet aanvinken van de trustvraag in de aangifte IB/PVV onvoldoende gewicht is om de zware sanctie van omkering van de bewijslast te kunnen rechtvaardigen.

Kort gezegd stelt de inspecteur zich strikt formeel op door te betogen dat het enkele niet aanvinken van de trustvraag automatisch moet leiden tot omkering van de bewijslast.

Te hoge monumentenaftrek: wél omkering, maar partieel

De te hoog geclaimde monumentenaftrek leidt wél tot omkering, maar:

➡️ uitsluitend voor het onderdeel monumentenaftrek
➡️ niet voor het APV‑geschil

De rechtbank motiveert dit door te wijzen op het bestuursrechtelijke karakter van omkering:

Volledige omkering zou “een onevenwichtig zware nadruk op het bestraffende karakter” leggen.

Een belangrijk signaal: omkering is geen automatisme, maar moet proportioneel worden toegepast.

Gevolgen van de uitspraak

  • Geen APV → geen box 3‑toerekening van het vastgoed.
  • Monumentenaftrek wordt gecorrigeerd, maar binnen een beperkt kader.
  • Aanslagen 2017 en 2018 worden aanzienlijk verlaagd.
  • Proceskostenvergoeding toegekend.

Deze uitspraak bevestigt dat het APV‑regime niet van toepassing is wanneer sprake is van reële, met aandelen vergelijkbare rechten. Ook onderstreept de rechtbank dat omkering van de bewijslast niet lichtvaardig mag worden toegepast.

Wat betekent dit voor u?

Werkt u met buitenlandse doelvermogens, Liechtensteinse Anstalten, Antilliaanse SPF, trusts of familiefondsen?Fiscale structuren Dan is deze uitspraak relevant. ContactDe fiscale kwalificatie hangt sterk af van:

  • de inhoud van oprichtersrechten of vergelijkbare zeggenschapsrechten;
  • de economische gerechtigdheid;
  • de feitelijke betrokkenheid van de oprichter.

Een juiste structurering voorkomt onnodige box 3‑toerekening en discussie met de Belastingdienst.Overige diensten

Bron: Rb. Noord- Holland, MK, 19 maart 2026, HAA 23/4975 en 23/4976, http://ECLI:NL:RBNHO:2026:2919